Driekoppig interview over de historie én toekomst van het Flanders Dressage Event

Door Laurens Van den Wijngaert op 3 août, 2015 - 9:26

Dit weekend vochten de Belgisch-Nederlandse dressuurtop het onderling uit op het Flanders Dressage Event. Wij zaten een tijdje geleden samen met enkele bekende koppen die het Belgisch topevenement (met ondertussen al internationale belangstelling) ondersteunen en mee in goede banen leiden. Voorzitter Luk de Baets, Thomas Eyckmans en amazone Isabel Cool.

Flanders Dressage Event is uitgegroeid tot een alom gerespecteerd tornooi. Hoe is de bal indertijd aan het rollen gegaan?

Luk: Zoek het niet te ver zou ik zeggen. In 2009 toen we FDE boven de doopvont hielden, viel er in de Belgische dressuurwereld niks te beleven. Er was nog niet eens één internationale wedstrijd en het nationaal kampioenschap was op sterven na dood. Tussen pot en pint, vatten we met ons vijven het idee op om een internationale dressuurwedstrijd in te richten. Dus ging ik aan het rekenen om te kijken hoeveel dat zou kosten. En ik kan je wel zeggen, dat was ontnuchterend! Met de cijfers in handen leek het organiseren van het Belgisch kampioenschap al ambitieus genoeg. Mijnheer Cool, de vader van Isabel, voegde de Flanders Cup daaraan toe. Hij was immers van mening dat ook de Belgische subtop dressuur nergens meer aan z’n trekken kwam. Er was behoefte aan een formule met drie wedstrijden, een zogenaamde ‘gold’, ‘silver’ en ‘bronze’. En ook para-equestrian had behoefte aan een degelijk wedstrijdplatform. Dus ook die sporttak kreeg bij ons een onderkomen. En om het helemaal compleet te maken, gaven we ook het regionale een plaatsje, samen met HROV, waarin we zelf toen ook al actief waren.

Meteen bij de eerste editie zoveel hooi op jullie vork?

Luk: Ja, toch wel. Behalve de Flanders Cup, ik denk nier dat we dat al in het eerste jaar deden. Dat was pas bij de tweede editie. En toegegeven, dat is zeer veel. In de laatste jaren is die Flanders Cup een prominentere rol gaan spelen dan het Belgisch kampioenschap. Dat loopt stilaan uit de hand. (glimlacht) Voor de komende edities moeten we nadenken hoe we die instroom en groeiende populariteit nog beter kunnen opvangen.

Die populariteit is geen verrassing voor jullie?

Luk: Eigenlijk niet, neen. Met het BL bereik je slechts een beperkt deelnemersveld. Je moet je eerst selecteren voor het BK en dat maakt de instap voor velen ook moeilijker.

Die allereerste editie was meteen een schot in de roos?

Luk: Zonder te willen pochen? Absoluut! De toenemende populariteit van de dressuursport in België was toen reeds goed voelbaar. De trekkersrol van de grotere namen mag je niet vergeten. Devroe reed heel goed, Claudia Fassaert kwam sterk opzetten en de Belgische toppers wonnen aanzien.

Wat voegden jullie toe of lieten jullie weg in de daaropvolgende edities?

Luk: De wedstrijden voor jonge paarden vielen weg. Om de doodeenvoudige reden dat de interesse voor jonge dressuurpaarden ietwat taant. In de plaats daarvan voegden we de U25 toe aan ons programma. En ook daarin waren we, dat mag gezegd, trendsetter. En vorig jaar breidden we uit met de veiling van de dressuurveulen, de Flanders Dressage Auction. Dat we enkel en alleen ons blijven focussen op dressuur en er bijvoorbeeld geen jumping bij nemen, maakt ons redelijk uniek. Je zou het niet verwachten, maar zowel qua publiek als qua sponsors maakt ons dat als organisatie niet kwetsbaar, wel integendeel. Zo is ons budget gegroeid van 50.000 euro bij de eerste editie naar 200.000 euro voor deze editie.

Meteen voor die eerste editie zulk budget kunnen verzamelen? Is dat uw verkooptalent, de begeestering die het dan doet?

Luk: (lacht) Misschien, wie weet. Weet je, die eerste editie was volgens mij ‘the right product at the right time and the right place’. Men zat in België op zulk initiatief te wachten. Ik wil niet arrogant overkomen, maar op dat ogenblik was het echt nodig dat iemand het voortouw nam en iets mooi op het getouw zette. Ons uitgangspunt was vanaf dag één kwaliteit, op alle vlakken. Kijken we bijvoorbeeld naar onze catering. Daarop kunnen we makkelijk 20 tot 25% besparen. Toch doen we dat niet. En kijk, vanaf de eerste editie was bekend “dat Flanders Dressage Event lekker eten voorziet”.

sfeer-equiphoto

Zonet haalde u het al aan, de interesse in jonge dressuurpaarden taant. Enig idee hoe dat komt?

Luk: Er zou nu een initiatief in de steigers staan, heb ik me laten vertellen waarbij de federatie, organisatoren en ruiters samenzitten en oplossingen uitdokteren om de jonge paarden meer ‘in the picture’ te zetten. Ik vind het spijtig dat we dat moesten laten vallen, we hadden zelfs speciale sponsors daarvoor gevonden, die zich specifiek op dat segment wilden toeleggen. Toch was dat geen succes. Misschien weet Isabel als ruiter beter waar het schoentje knelt. (kijkt naar Isabel) Organisatorisch is het nu eenmaal problematisch om een degelijke wedstrijdformule voor hen te vinden.

Isabel: Ik treed Luk daarin bij. Kijk nu even naar wat men in Gèsves probeert. Alle respect daarvoor, echt wel. Maar het is er in mijn ogen niet echt gezellig. De mayonaise pakt niet, zeg maar.

Luk: Een paar jaar terug hebben we de nationale dressuurcommissie uit de nood geholpen met de finale van de Beker van België voor jonge paarden in te richten. Wij vonden dat eigenlijk niet verkeerd. We hebben dat vorig jaar terug gedaan en sorry, maar dat was gewoon een catastrofe qua belangstelling en bezetting van ruiters.

Isabel: In de cyclus bijvoorbeeld startten ze wel wat jonge paarden maar veel hangt af van het wereldkampioenschap. Van zodra dat dat achter de rug is, zakt de belangstelling en inzet zienderogen. Als de selectie voor Verden vastligt, is het ‘gedaan’… Richting oktober te Gèsves flakkert het dan weer even op maar zoals zonet al gezegd, daar schiet de organisatie vaak toch te kort. Voor jumping is Gèsves dan weer ideaal, niet te vergelijken met dressuur.

Luk: De jonge paarden in Gèsves, dat is heilig. En daarbij komt dat je niet gauw een organisatie zal vinden die dat van hen wil en kan overnemen. Daar moeten we eerlijk in blijven. Tornooien die jumping en dressuur combineren, daar zie je vaak dat dressuur het zijluikje wordt. Daarin ligt de sterkte van Flanders Dressage Event. Bij ons is het enkel en alleen dressuur van top tot teen, van Belgische dressuurtop tot en met de bescheiden HROV-ruiter.

 

Dat Nederland FDE aangeduid heeft als selectiewedstrijd voor de U25 is dan ook een deugddoend compliment?

Luk: Absoluut! Ik stel vast dat men in het zogenaamd dressuurland bij uitstek, Nederland, ons evenement als voorbeeld stelt.

Thomas: Er zijn heel wat Nederlanders die me zeggen dat ze wensen dat hun Nederlands kampioenschap er zou uitzien als ons tornooi. Het verschil is het motief. Ons is het niet te doen om de opbrengst na het evenement, ons is het te doen om de kwalitatieve organisatie, dat meen ik echt.

Luk: Niemand van ons moet van Flanders Dressage Event kunnen leven, gelukkig maar. Dat biedt ons enige luxe, we hebben geen commerciële druk. Dat neemt niet weg dat de rekeningen op het einde van de rit wel betaald moeten zijn. Maar die focus op kwaliteit loont dus wel. Heel wat ruiters kijken uit naar de start. Velen van hen vragen me wanneer onze editie van 2016 plaatsvindt zodat ze die data al kunnen blokkeren in hun agenda’s. Da’s fijn om horen.

 

De bedrijven die mee gaan in jullie verhaal, zijn dat enkel hippische bedrijven?

Thomas: In het begin waren dat vanzelfsprekend bedrijven uit de paardensector. De laatste edities komt daar verandering in. Vorige keer telden we een achttal standen, nu tellen we er 25, dat zegt veel over de bijval waarop we kunnen rekenen. De publieke belangstelling groeit niet even snel en dat is wel ietwat jammer voor deze prachtige sport. Vorige keer klokten we af op ruim 5.000 bezoekers. Onze huidige locatie kan een grotere toeloop perfect aan. (glimlacht)

Luk: Kijken we bijvoorbeeld naar de VIP-tafels. Andere vergelijkbare internationale tornooien mogen al blij zijn als ze een 5-tal tafels verkocht én aanwezig krijgen terwijl wij een 80-tal tafels vullen met geboeide gasten.

 

Vaak vechten voor die data op de kalender?

Luk: Vechten is een te beladen woord voor wat het in ons geval is. Intussen hebben we een zekere autoriteit en ik ben er heilig van overtuigd dat op dit ogenblik niemand staat te springen om onze plek en ons evenement te evenaren. Net als andere organisatoren blijf je wel afhankelijk van internationale evenementen zoals een Europees of een Olympisch tornooi.

Thomas: Onze 2016-editie zou te midden van Rio vallen, dan moet je natuurlijk wat puzzelen.

 

Die stap richting veulenveiling was een logische uitbreiding neem ik aan?

Luk: Verre van zelfs! Oorspronkelijk zou iemand anders dat luikje voor z’n rekening nemen, iemand die een deel van onze locatie afgehuurd had. Alles leek in kannen en kruiken, wij startten onze publiciteit op tot plots die man afhaakte, zo’n vijf weken voor de start. We stonden met onze rug tegen de muur. Dus deden we het zelf. En achteraf bekeken mogen we stellen dat het een succes was, toch? (kijkt naar Isabel en zij knikt) Dit jaar hebben we zelfs betere veulens dan vorig jaar. We hebben slechts één probleem, Isabel heeft altijd goede veulens maar ze wilt er geen enkele verkopen! (knipoogt naar Isabel)

Isabel: M’n vader zou misschien wel willen, maar ik niet. Ik ben gewoon veel te nieuwsgierig, ik wil zelf ontdekken hoe ze zich zullen ontwikkelen en wat ze kunnen presteren.

Thomas: Ook in Nederland wordt de veiling heel goed onthaald. Zoals Gertjan Van Olst in het vorige interview op Vygo.be ook al zei, zitten we wel goed qua brede waaier aan bloedlijnen. We blijken goed op weg om te kunnen concurreren met Nederlandse en Duitse veilingen. Maar of we dat nu leuk vinden of niet, een veiling is en blijft een momentopname. In onze ogen is de merriestam toch wel zeer belangrijk en ook daar zitten we goed met diverse veulens uit Grand Prix-merries. Dat we de veiling organiseren binnen Flanders Dressage Event biedt het voordeel dat reeds heel wat potentieel geïnteresseerden aanwezig zijn.

 

Eén van de partners is jouw vader, Isabel. Hoe kwam dat tot stand?

Isabel: M’n vader en Luk kennen elkaar al lang. Het viel m’n vader op dat net als ik heel wat Lichte Tour-ruiters op hun honger bleven zitten qua degelijke tornooien. Anders dan in Nederland kennen wij hier geen nationaal kampioenschap Lichte Tour

Luk: We hebben aan de Belgische Ruitersportfederatie gevraagd of we Flanders Dressage Event het officieel Belgisch kampioenschap Lichte Tour mogen maken, maar ze weigerden. Dat is jammer. Sta ik te kijken naar een gewone CDN, dan zie ik erg veel ruiters in M of Saint-Georges aantreden. Dat zegt veel, vind ik. En geld betalen aan de nationale federatie om de titel van Belgisch kampioenschap Lichte Tour te ‘mogen’ gebruiken, vind ik een brug te ver. Waar zijn we dan mee bezig. Weet je, om terug te komen op je vraag, mensen als de familie Cool en die vele andere betrokkenen zijn de ruggengraat van onze organisatie.

Isabel: Flanders Dressage Event leeft heel sterk onder de mensen, ook bij de ruiters. Ik ken heel wat ruiters, mezelf inbegrepen, die hun sportieve kalender en hun trainingen richten op dit kampioenschap. Ook al is het dan ‘slechts’ het officieus Belgisch kampioenschap, voor velen onder ons is dit een heus BK. (lacht) Een paar jaar terug kwam Patrik Kittel ook langs op FDE en hij was vol lof voor de organisatie.

Luk: Dat vorig jaar ook Sjef Janssen onze wedstrijd uitkoos als selectieogenblik deed deugd. En net als Kittel vroeg ook Janssen waarom we op dit niveau geen internationaal concours hielden. Zo is de cirkel weer rond want dat was bij de eerste editie ons oorspronkelijk doel. Toch durf ik me niet uitspreken over de toekomst van FDE. Wel of niet internationaal gaan, hangt van veel factoren af.

Een paar jaar terug kwam Patrik Kittel ook langs op FDE en hij was vol lof voor de organisatie.

luc-equiphoto


Stel dat jullie het voor het zeggen hebben in de Belgische dressuurwereld, wat zijn dan jullie klemtonen?

Luk: Wat me vaak opvalt is dat heel wat Belgische dressuurruiters een minderwaardigheidscomplex hebben of lijken te hebben. Dat voortdurend opkijken naar Nederland en Duitsland, allemaal goed en wel, maar we moeten qua potentieel heus niet onder doen. En dan zwijg ik nog over de eeuwige problematiek van degelijke combinaties lang kunnen behouden voor het vaderland.

Isabel: Daar ben ik het weer helemaal met je eens, Luk! En hoe moeten jonge beloftevolle ruiters zonder één Eurocent aan steun of subsidies zich opwerken en bijvoorbeeld naar een Europees kampioenschap trekken? Vaak is het zo dat de huidige ondersteunende programma’s steun bieden aan diegenen die het al bij al niet meer of veel minder behoeven. Vergelijk je onze sport qua ondersteuning en subsidies met andere sporten en hun federaties, dan vind ik het momenteel – sorry hoor – triestig gesteld. Dat geldprobleem laat zich trouwens ook voelen op het vlak van geloofwaardige en bewonderenswaardige tornooien op eigen bodem. Waarom zou het buitenland met respect of zelfs gezonde jaloezie naar ons moeten loeren? Welk dressuurtornooi zet ons internationaal op de kaart? Noem er mij één zonder Flanders Dressage Event te noemen! (lacht) Pas op, ik verwijt niemand iets hoor. Maar kijk je naar het huidige aanbod in België, dan blijf je vaak liever thuis. Sommige bodems bijvoorbeeld… Neen dank u…

Luk: Het is een vicieuze cirkel. De organisator heeft geld nodig wil hij een degelijk tornooi opzetten terwijl hij publiek nodig heeft om geld in het laatje te krijgen en de rekeningen mee te betalen. Laat ons eerlijk zijn, hoeveel volk zou een dressuurtornooi dat niet onze brede waaier kan bieden nog trekken?

Thomas: Zet alle betrokkenen aan dezelfde tafel. Laat hen ongezouten hun ding zeggen en kijk tezamen hoe je elkaar kan helpen en de sport naar een hoger niveau kan tillen. Van KBRSF tot en met de kleinere organisator. Die eerste stap is heus niet moeilijk hoor. Maar tot dusver gebeurt dat niet. En dan zwijg ik nog over het feit dat je zou moeten betalen aan een federatie voor het ‘mogen gebruiken’ van een ‘titel’ terwijl je met man en macht je inzet voor de liefde van de sport. Want geloof me maar als ik je zeg dat een organisator van een degelijke Belgisch dressuurtornooi het echt niet moet doen voor de centen”.

Die eerste stap is heus niet moeilijk hoor. Maar tot dusver gebeurt dat niet.

Luk: Wij steken alvast de handen uit de mouwen, ons kan je niets verwijten. Zo gaan we binnenkort weer een stapje verder en stampen we ook een wintereditie van Flanders Dressage Event uit de grond. Qua primeur kan dat tellen, niet?! (lacht) Let wel, die winterversie mag kwalitatief gezien niet onder doen voor onze zomerse editie. Anders zou ons imago een deuk oplopen! Als organisator moet je steeds verder denken. Zo stelden we nu de Flanders Cup open voor Nederlanders en Duitsers.

 

Tiens, horen we daar dan toch een eerste aanzet naar een internationaal concours?

Thomas: Overmoedig worden, dat mogen we niet. Uitbreiden is ook een kwestie van de juiste timing.

Luk: Het is ook zo dat men van bovenuit vaak bekrompen is. Als in de Flanders Cup bijvoorbeeld drie nationaliteiten deelnemen, dan bekijkt men dat bij de internationale paardensportfederatie (FEI) als een internationale wedstrijd. Wij hebben nu het Belgisch kampioenschap para-equestrian. Godzijdank zie ik daar nu veel meer inschrijvingen. We kregen de vraag van een ruiter uit Japan, van een ruiter uit Israël en tja, spijtig genoeg mogen die niet meedoen. Ik vind dat te gek voor woorden. Omdat wij het Belgisch kampioenschap para-equestrian organiseren en dan moet je Belg zijn van nationaliteit. Terwijl je die mensen evengoed wel kan laten meedoen maar niet in de ranglijst, uiteraard niet. Oké, ik moet erbij zeggen dat we voor deze editie onze aanvraag niet formuleerden als een ‘open Belgisch kampioenschap’, volgend jaar zullen we dat zeker wel doen.

Thomas: Heel wat internationale wedstrijden op Belgische bodem verdwijnen vaak na een paar edities langs de achterdeur. Dat scenario willen en moeten we vermijden. De dag waarop we internationaal gaan, hebben we wel een zeer degelijke basis waarop we kunnen bouwen.

 

Slotvraagje, wat is voor elk van jullie drie de leukste FDE-herinnering tot nu toe?

Luk: “Een ruiter die mij komt bedanken voor het initiatief dat we met FDE namen. Dat is iets wat me al elk jaar overkwam.”

Isabel: “Tja, voor mij zijn dat uiteraard de ererondjes.” (lacht)

Thomas: “Ik ben er bij sinds vorig jaar. Toen de opbouw klaar was en we stonden in het midden van die piste, in het besef dat we aan iets heel mooi bouwen, dat gaf veel voldoening.”

Luk: “En het minst leuke moment zal op zondagavond vallen, dat kan ik je nu al vertellen. Wanneer we beseffen dat het reeds achter de rug is en het weer een jaar wachten wordt!”

 

Bron: Vygo / Fotomateriaal: Equifoto.nl

Laurens Van den Wijngaert

Laurens Van den Wijngaert is zaakvoerder van BackBone media, een communicatiebureau dat meerdere bedrijven en persoonlijkheden uit de hippische sector tot haar klanten mag rekenen. Daarnaast was…

Lees meer artikels door deze auteur >>

Lees meer: