Karakters: een interview met eventing amazone Tine Magnus

Door Kim Schoukens op 5 mai, 2015 - 8:42

Eventingamazone Tine Magnus past perfect in het thema van deze rubriek. Want karakter heeft deze dochter van een Brabantse boerenfamilie: naast haar semi-professionele carrière in de internationale eventingsport, op zich al een fulltime bezigheid, werkt Tine mee in het ouderlijk bedrijf te Brussegem. En daarmee bedoelen we niet alleen administratie, de mensen van de streek zijn intussen gewend om Tine met de grote tractor of vrachtwagen voorbij te zien rijden. Hoe zij een drukke en zware job combineert met haar activiteiten in de sport, vertelt zij in dit luik van “karakters”.

Tine-2

“Mijn ouders komen beide uit boerenfamilies die actief waren in de akkerbouw, en daarvoor al eens met paarden werkten”, vertelt zij. “Bij mijn moeder bijvoorbeeld, leerden alle kinderen behalve zij zelf al gauw paardrijden, eerst met de trekpaarden en later in clubverband bij de LRV. Het grappige is dat mama als enige bang was – en nog steeds is – van paarden, maar van de 15 kleinkinderen die allemaal hebben paard gereden ben ik de meest fanatieke geworden.”

Als jongste kleinkind was Tine meestal te vinden bij haar nichten, waar zij vanaf haar 3 jaar al op de pony’s mocht in afwachting dat ze de leeftijd bereikte waar ze zelf ook LRV mocht rijden. En de microbe zat er op die prille leeftijd al stevig in:

Tine pony“Het gebeurde wel vaker dat ik van een pony viel, en rond mijn vijfde zag mijn arm er na zo’n val toch niet best uit. Toch hield ik bij mijn tante, ‘tantannie’ voor de bekenden, vol dat ‘paardje geen pijn gedaan’ had, stel je voor dat ik er niet meer zou op mogen! Ook thuis bleef ik volhouden dat ik geen pijn had, tot een dokter die witloof kwam halen aandrong om me naar het ziekenhuis te sturen. Tja, die arm was gebroken hé, maar ik had het een paar dagen verbeten om toch maar te mogen blijven rijden.”

Eventing, dat mocht Tine niet rijden van haar tante, dat was veel te gevaarlijk. Dus hield de amazone het de eerste jaren maar op jumping en dressuur. Maar tijdens haar tienerjaren kwam haar talent toch bovendrijven en kwam zij toevallig in aanraking met eventing.

“We gingen met de club regelmatig op kamp in de Ardennen, op de bizonboerderij van Hilde Vervaeke. Ik was dan diegene die na de stage terug ging om daar nog een beetje te rijden, en zo ontstond een band met Hilde. Toen ik een jaar of zestien was kreeg ik telefoon van Hilde, die wist dat ik aan zee was en ze vroeg of ik haar broer Kris geen handje wou helpen met de training van zijn paarden daar. Ik heb daar toen een hele voormiddag zware conditietraining met Kris gereden met zijn internationale paarden, en kreeg meteen de vraag of ik bij hem geen vakantiewerk wilde doen die zomer. Al gauw was ik mee op wedstrijd, reed ik zijn jonge paarden en hielp hij me uiteindelijk met de overstap van pony’s naar paarden. Ik ben in de eventing gerold, en tantannie kon niet meer anders dan volgen.”

Het meisje van ‘net niet’

tineVoor deze ommekeer in de sportieve carrière van Tine was het voor de amazone niet altijd even eenvoudig. Het was behelpen met de middelen die er waren om vaak op teleurstellingen te stoten: “Ik was het meisje van het ‘net niet’, ik viel altijd nét buiten de selecties voor nationaal of provinciaal, had steeds net een balk, een klein foutje… en was regelmatig bij de prijzen maar geen uitblinker. Ik moest dan ook werken met pony’s die ik ter beschikking had en vaak geen toppers waren.”

Met Falco kwam daar definitief verandering in. Met deze rot in het vak die ze ter beschikking kreeg van Kris maakte Tine haar debuut in de jeugdreeksen eventing, waar ze meteen toonde wat ze waard was. Datzelfde debuut was een revelatie, maar ook een ontgoocheling. “Van Falco heb ik veel geleerd tijdens mijn debuut, ik ben op een jaar tijd van beginnelingen naar midden gegaan, dat gelijk staat met het niveau van een internationale 1* wedstrijd. Het daaropvolgende jaar behaalde ik mijn selectie voor het EK junioren, maar ook daar werd het een net niet verhaal.”

In 2010 mocht Tine met Falco naar het EK eventing junioren te Waregem, weliswaar als reserve. Tine mocht als individuele ruiter starten.

“Dat pikt, hé, je mag mee maar zonder er echt bij te zijn. Ik dacht ‘verdorie, nu ga ik tonen dat ze verkeerd gekozen hebben’. Na de individuele dressuur en cross stond ik als beste Belgische van de zes, waarvan 4 voor het team en 2 reserves! Maar op de dag van de jumping liep het mis: Falco werd afgekeurd op de vet check en mocht niet meer springen. Dat waren tranen, tranen en nog eens tranen. Je eerste EK, direct beste Belgische zijn en dan zo’n anticlimax, dat is heel pijnlijk.”

Teleurstellingen horen bij de sport en elke ruiter maakt ze mee. Het is maar de vraag hoe je ermee omgaat en waar je je aan optrekt. Voor Tine is het simpel: in het zadel kruipen. En tikjes heeft ze al een paar keer gekregen.

« Op dat ogenblik was ik zo kwaad, ik had er zó naartoe gewerkt. »

“Tijdens mijn tweede jaar bij de young riders was het net zo. Ik had een nieuw, nog redelijk groen paard, maar was geselecteerd voor het EK, dat was toen in Blair Castle, een mooi concours maar ook heel zwaar. En vlak voor het vertrek werd ik samen met nog andere geselecteerden op de federatie geroepen om te horen dat we toch te onervaren waren en moesten thuis blijven. Op dat ogenblik was ik zo kwaad, ik had er zó naartoe gewerkt. Maar een tijd nadien begreep ik dat het een verstandige beslissing was, wij hadden nog niet genoeg ‘kilometers’ gelopen en meteen zo’n loodzware cross in Schotland was geen goede ervaring geweest.”

“Op het moment zelf is de teleurstelling het grootst natuurlijk. Dat is het moment dat ik thuiskom en in het zadel kruip, dan ga ik lekker in de velden galopperen, het hoofd leegmaken met de wind in de haren. En dan kom ik terug thuis en denk ik ‘dat is me afgepakt, maar wacht maar’. Ik ben een vechter, na teleurstellingen ga ik alleen nog harder werken en bewijzen wat ik waard ben. Alles wat ik nog niet gehaald heb zal me nog wel lukken, denk ik dan.”

Paarden en … witloof

Naast haar quasi fulltime carrière in de topsport is Tine ook nog actief in het landbouwbedrijf van haar ouders. Papa Johan stampte het bedrijf uit de grond door aanvankelijk een schuur te huren voor de kweek van grondwitloof, en verhuisde later naar de actuele locatie in Brussegem waar hij overschakelde naar hydrowitloof met specialisatie in miniwitloof. Maar voor het bedrijf kwam tot wat het nu is moest er gevochten worden, want de ouders van Johan, nochtans ook boeren, hadden hem graag een andere stiel zien kiezen. Met de hulp van Tine’s moeder Karin, die een fulltime job aanvankelijk combineerde met helpen op de boerderij, vormde zich het bedrijf waarin Tine en haar broer Sam intussen zelf werken. De vraag vanwaar haar karakter komt, lijkt hierbij dus beantwoord.

Tine zit al van haar prille jeugd "in de witloof"

Tine zit al van haar prille jeugd « in de witloof »

“Ik heb twee diploma’s, een lerarenopleiding en een postgraduaat sportmanagement. Dat was moeilijk genoeg, want ik kan niet stil- of binnenzitten. Tijdens mijn postgraduaat ben ik ook begonnen met helpen bij Karin Donckers en dat doe ik nog steeds, elke maandag ga ik bij haar werken en trainen. Daarnaast werk ik ook nog fulltime in het bedrijf van mijn ouders. De mannen doen alles buiten: zaaien, planten, oogsten,… en mama en ik zijn binnen, waar de witloof gekuist wordt. Mijn job houdt echt vanalles in: van personeelsbeheer tot pure administratie, opleidingen, witloof kuisen, bestellingen klaarzetten, naar de veiling gaan. Als het nodig is help ik ook met de tractor, gelukkig maar, want als ik hier langer dan een half uur stil zit word ik gek. »

Van kinds af aan in de grote landbouwmachines !

Wie in de streek woont, heeft Tine al zien voorbijrijden op de tractor. Net zoals ze vroeg in het zadel zat, rijdt ze ook sinds haar achtste met de machines, hoewel het op die leeftijd bij het veld bleef. “Je gooit wel hoge ogen op als je als meisje van zestien in de grote tractor voorbij rijdt!”

Met momenteel 7 paarden in haar arsenaal is het spannend, want naast rijden wordt ook het uitmesten en eten geven allemaal zelf gedaan. Eventing wil bovendien zeggen dat er heel wat tijdrovende conditietraining aan te pas komt.

“Ik ben blij dat ik hier kan blijven werken, anders zou ik het niet kunnen. Ik verlies geen tijd onderweg naar mijn paarden, ze staan hier, ik kan er naartoe wanneer ik wil. Mijn dagen hangen af van het daglicht, in de winter beginnen ze om 7u, nu sta ik om 6u op en in de volle zomer zelfs om 5u30. Dan is het eerst een paar paarden doen, uitmesten en voeren alvorens ik om 8u begin te werken. In de winter werk ik van 8 tot 12, rij ik nog tot een uur of zes ’s avonds en doe ik het papierwerk als het donker is, tot 23 u.”

 

 

IMG_3302Andere activiteiten, daar is geen tijd meer voor. Het enige waar tijd voor gemaakt wordt, is naar de kinesist gaan voor opvolging na een paar zware ongelukken. Het is namelijk niet de eerste keer dat Tine maanden uit de circulatie is door blessureleed. “Ik heb al zware ongelukken gehad, maar heb nooit gedacht aan stoppen. Het ergste was 2,5 jaar geleden. Mijn paard verschoot tijdens het inrijden voor de cross, steigerde en viel op mij. Ik wilde er terug op maar voelde me steeds slechter worden, waardoor de hulpdiensten zijn ingeschakeld.”

De opvolging van de zwaar geblesseerde amazone op zich bleek al een soort lijdensweg, te beginnen met de ambulance, waar men niet wist hoe Tine – die intussen niet meer kon stappen – moest verplaatsen. Eenmaal in het ziekenhuis bleek de scanner stuk, en daar men op de röntgenfoto’s niets zag stuurde men Tine naar huis met een pijnstiller en twee dagen rust. De pijn was toen al zo erg dat zij naar de auto gedragen moest worden. Twee dagen later zat ze echter al terug in het zadel, en toen ze tegen het einde van de week sprak over op wedstrijd vertrekken stuurde haar moeder naar de dokter.

“Het was nog schuifelen, maar ik dacht dat ik gewoon stijf was. Die week heb ik nog gesprongen, ben ik ook de paarden van Karin Donckers gaan rijden en reed ik met de tractor rond. Dat deed pijn, maar ik wou niet flauw doen. Ik dacht dat ik bij de dokter een briefje zou krijgen dat bevestigde dat ik op wedstrijd mocht, maar werd naar het ziekenhuis doorverwezen waar ik naar de spoed moest voor dringende verzorging.”

Zeven breuken in totaal werden bij Tine vastgesteld: 3 gebroken ruggenwervels, 3 breuken in het bekken en een gebroken schaambeen. De verwondingen waren zo ernstig dat het een mirakel leek dat ze niet verlamd is geraakt, en Tine verbaasde alle dokters dat zij met zoveel pijn nog een week heeft verder gewerkt.

“Er zijn andere dingen om over te zagen, als je eventing wil rijden moet je ergens tegen kunnen. Tja, ik ben een karakterkop.”

Een comeback

Het afgelopen jaar is het stil geweest rond de amazone, die echter een comeback plant met de troeven die zij in haar stal heeft staan, ter beschikking gesteld door dressuurtrainers Yves Gielen en Verena Burger. Tine heeft vijf paarden van hen onder het zadel, waarvan er eentje sinds deze maand kwalificeerde om terug 1* te staten.

“Vorig jaar kreeg ik Silia van de Wateringhoeve (Samarant x Donnerhal), toen heeft zij voor het eerst gesprongen en intussen is ze klaar voor Midden. Na een foutloze cross in Gavere in april mogen we in juni internationaal starten. Eindelijk, ik kijk er zo hard naar uit! Ik geloof heel hard in Silia, dat is zo een ‘machien’! Ik heb zoveel geluk dat die mensen me haar gunnen en in mij geloven. Het is geen simpel paard hoor, en de weg is nog lang, maar ik denk dat zij wel eens mijn comeback kan worden.”

Tine en één van haar troeven: Silia van de Wateringhoeve

“Naast Silia heb ik ook nog Robes Hadise (Robespierrot x Denver). Dat is een moeilijk, heel heet paard. Een echt plaatje, en ze kan bewegen, springen, lopen, maar ik heb er al mee afgezien. Deze zomer start ze jonge paarden, en ik ben zeker dat ze het jaar nadien midden kan en nadien hopelijk de overstap naar 2-3*. Het wordt alleen kijken of ze koel in haar hoofd blijft.”

“Verder heb ik nog vier vierjarigen, toffe ‘puppies’ maar dat is nog even afwachten. Hopelijk kan ik er eentje meenemen naar Le Lyon d’Angers op het WK jonge paarden. De selecties zijn zo streng, ik hoop dat ik de hoofdvogel eens kan afschieten.”

 

Hiernaast sluit de amazone nog af met haar bescheiden hoop voor de komende maanden: “Ik hoop dat ik Silia dit jaar goed kan laten presteren op 1* niveau. Ze moet nog veel leren, vooral in de jumping, maar ze mist gewoon nog wat ervaring; ik weet dat ze het kan. Hopelijk kan ik dan in de volgende jaren doorstromen naar 2* en 3*.”

 

Wij kijken alvast uit naar de prestaties van dit « karakter »!

Foto’s: Antoon Vanderstraeten & Tine Magnus – Jeffrey Fierens www.nifin.be

.

Andere artikels in de reeks « Karakters »:

laura-portret-5Karakters: een interview met eventing amazone Laura Logé

198571_10151189754536445_1008539971_nKarakters: interview met dressuuramazone Eline Borrey De Coninck

 

Kim Schoukens

Kim rijdt al sinds kleins af aan paard maar heeft de dressuurmicrobe pas laat gekregen (tegen haar 20ste). Al heel haar leven lang is ze gepassionneerd door…

Lees meer artikels door deze auteur >>

Lees meer: